Tekstgrootte A A
U kunt de informatie op de pagina groter of kleiner maken. Druk hiervoor de Ctrl-toets samen met de + of - toets in (op Mac is het Cmd met + of -).

De regionale energiestrategie (RES): wat, wie, waar(om) en hoe

Onze aarde warmt op. Daardoor verandert ons klimaat. We hebben steeds meer te maken met extreme weersomstandigheden, zoals droogte en hoosbuien. Dit levert ons veel overlast op. Kijk bijvoorbeeld naar de bui die in juli 2019 een groot deel van Olst blank zette. De opwarming van de aarde komt door broeikasgassen (CO2) die onder andere bij het winnen en verbranden van steenkool, aardolie en aardgas vrijkomen. Daarbij komt ook nog dat de fossiele brandstoffen opraken. In Nederland willen we daarom in plaats van deze fossiele brandstoffen meer duurzame energiebronnen gebruiken en zo de CO2-uitstoot terugbrengen. De overgang naar duurzame energiebronnen noemen we de energietransitie.

WAT

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat we in heel Nederland duurzaam energie gaan opwekken; samen gaat het om 35 TWh aan grootschalige duurzame elektriciteit op land. We gaan daarbij landelijk uit van zonnevelden en windmolens. Natuurlijk kan het zijn dat we gaandeweg tot andere inzichten komen, bijvoorbeeld omdat er betere methoden worden ontwikkeld. 
Iedereen krijgt te maken met de gevolgen van deze energietransitie. Ons landschap verandert, we koken in de toekomst niet meer op gasfornuizen en de warmte in ons huis komt niet meer van een cv-ketel gestookt op aardgas. Veranderen is lastig. Toch is het nodig om in de toekomst te kunnen wonen en werken in een leefbaar klimaat. Daarom zullen we moeten wennen aan de zonnevelden en windmolens, net zoals we hebben moeten wennen aan hoogspanningsmasten, nieuwe woonwijken en industrieterreinen. Tegelijkertijd levert de energietransitie ons ook iets op. Naast een beter leefklimaat zijn er ook economische kansen en kansen om onze dorpen, wijken en buurten te verbeteren. Door bijvoorbeeld een duurzaamheidsfonds te maken, kunnen er weer huizen worden geïsoleerd en kunnen we energie besparen.

WIE

De energietransitie houdt niet op bij de gemeentegrens. Overheden, inwoners, bedrijven, netbeheerders en maatschappelijke organisaties hebben elkaar nodig. Daarom maken al deze partijen in 30 energieregio’s in Nederland samen elk een Regionale Energiestrategie: de RES. In West-Overijssel doen we dat in een samenwerkingsverband van elf gemeenten (Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle), de provincie Overijssel, Waterschap Drents Overijsselse Delta en netbeheerders Enexis, Coteq en Rendo. In dat samenwerkingsverband werken we samen met onder andere maatschappelijke organisaties, energiecoöperaties en bedrijven uit de regio.

WAAR

Samen onderzoeken we de mogelijkheden in onze regio. Waar is plek voor wind en/of zon en voor hoeveel? Willen we een aantal grotere zon- en windparken of juist meer kleinere? Hoe verdelen we de warmtebronnen in de regio zodat we in 2050 van het aardgas af kunnen? Is de samenleving aan zet of de overheid? Levert het genoeg duurzame energie op en kan het netwerk al die energie aan? Hoe zit het met de acceptatie bij alle betrokken partijen en is het financieel haalbaar? In 2021 moet duidelijk zijn welke concrete plekken en projecten op de planning staan om duurzame energie op te wekken, als uitvoering van RES 1.0.

HOE

Een eerste concept-RES moet in juni 2020 klaar zijn. Hierin doet elke regio een ‘bod’ voor de hoeveelheid duurzame energie die de regio met wind en zon wil opwekken in 2030. Het Rijk beoordeelt of alle plannen van de 30 regio’s bij elkaar opgeteld voldoende is. Het concept wordt verder uitgewerkt tot een RES 1.0 die op 1 maart 2021 vastgesteld moet zijn door alle gemeenteraden van West-Overijssel, Provinciale Staten van Overijssel en de algemeen besturen van de waterschappen. Elke twee jaar bekijken we of de strategie moet worden bijgesteld. Bijvoorbeeld omdat er nieuwe technieken zijn waarmee we net zoveel energie kunnen opwekken als met zon en wind. In 2030 moeten de plannen uit de RES 1.0 uitgevoerd zijn. We vinden het belangrijk dat onze eigen regio zo veel mogelijk betrokken is bij de bouw van de windmolens en zonneparken. Daarom willen we dat minimaal 50% van alle plannen die worden ontwikkeld in lokaal eigendom komen.

Iets melden?
Deel dit
Mail
Bellen