Riolering
Kijk ook voor veel informatie over riolering, hemelwater, grondwater bij Stichting Rioned. Hier staan veel wetenswaardigheden, maar ook veel handige tips over mogelijke oorzaken en oplossingen bij problemen met afval-, hemel- en grondwater.
De geschiedenis van de riolering
De geschiedenis van het rioolstelsel gaat terug tot de Romeinen. Bij opgravingen van steden en dorpen uit de Romeinse tijd vindt men vaak nog overblijfselen die erop wijzen dat men in die tijd al ver gevorderd was met de aanleg van ingenieuze rioolstelsels en waterleidingen. Huizen hadden nog geen aansluiting op het riool, meestal werd het afvalwater te samen met het regenwater via goten afgevoerd naar het riool.
Na de ineenstorting van het Romeinse Rijk en tijdens de Middeleeuwen was er veel minder sprake van een goede riolering. Het afval, waaronder fecaliën, werd op straat geworpen, wat verschrikkelijk gestonken moet hebben en een belangrijke bron vormde van allerlei besmettelijke ziekten als de pest, cholera en tyfus. Men deed zijn behoefte letterlijk overal, in de vrije natuur, op straat, op de mesthoop, vanaf de stadsmuur of in een emmer die vervolgens op straat werd geleegd.
In de 18e eeuw ging men ertoe over om zogenaamde zinkputten te bouwen, waarin de fecaliën werden opgevangen. De zinkputten vormden een risico voor de gezondheid, omdat met micro-organismen besmet vocht vaak vanuit de beerputten de grond in sijpelde en in het grond- of oppervlaktewater terecht kwam. Dit water werd vaak gebruikt als drinkwater. Soms werd de mest uit de putten gebruikt als meststof voor de akkerbouw.
Ten tijde van de Industriële Revolutie (vanaf 1750) nam het waterverbruik en daarmee de hoeveelheid afvalwater (met veel organische stoffen) toe. De beschikbare beerputten raakten steeds sneller vol, veroorzaakten veel stank en er bleven epidemieën heersen.
Het duurde tot ver in de 19e en 20e eeuw voordat er in Europa en in de Verenigde Staten op grote schaal rioleringswerken werden uitgevoerd. In Londen was de cholera-epidemie van 1830 aanleiding om een rioolstelsel aan de te leggen. Het afvalwater werd vanuit de steden afgevoerd naar het oppervlaktewater, waardoor de rivieren en waterlopen een zeer slechte kwaliteit hadden.
Vanaf 1860 ging men bewust zoeken naar technische maatregelen om de vervuiling van oppervlaktewater als gevolg van rioollozingen aan te pakken. Dit luidde het begin in van de afvalwaterbehandelingstechniek en het ontstaan van de rioolwater- zuiveringsinstallaties.
Wanneer kreeg Nederland riolering?
Vanaf halverwege de negentiende eeuw maakte men in Nederland en bijvoorbeeld Frankrijk gebruik van het zogenaamde "wisseltonnensysteem". Bij dit systeem deed men zijn behoefte boven een beerton. Deze werd eens in de zoveel tijd omgewisseld voor een schone ton. De volle tonnen werden opgehaald door zogenaamde beerwagens. Er hoefden geen ondergrondse riolen aangelegd te worden en daarom was dit systeem een stuk goedkoper dan de WC. Het besmettingsgevaar en de stankoverlast werden verminderd.
In Amsterdam werd vanaf 1910 begonnen met de aanleg van een gemengd rioolstelsel, waarna de rest van het land volgde. Men kwam er echter al snel achter dat met een gemengd stelsel de vervuiling werd verplaatst naar het oppervlaktewater. Daarom was Amsterdam in de jaren 1930 één van de eerste steden waar begonnen werd met de aanleg van een gescheiden rioolstelsel.
Medio jaren '80 werden via een financiële impuls gemeenten aangespoord om ook percelen in het buitengebied op de riolering aan te sluiten. Eind jaren ’90 werden hieraan echter ook verdergaande eisen gekoppeld. Voor 2006 dienden alle woningen aangesloten te worden op de riolering. Alleen voor woningen die te ver van het rioolstelsel af lagen en waarvoor de kosten van rioolaanleg verhoudingsgewijs te hoog waren, werd een uitzondering gemaakt. Deze woningen moeten dan wel beschikken over een individuele afvalwaterzuivering in de vorm van bijvoorbeeld een gecertificeerde IBA (Individuele Behandeling Afvalwater) zoals een 6 m3 septictank of een helofytenfilter. In de gemeente Olst-Wijhe zijn in 2006 de laatste percelen in het buitengebied op de riolering aangesloten.
Wat is riolering en hoe werkt het?
Riolering is het totaal van buizen, putten, pompen en duikers dat nodig is om afvalwater naar een RioolWaterZuiveringsInrichting (RWZI) te brengen.We gebruiken water voor allerlei bezigheden, om het toilet door te spoelen, om te douchen, (af) te wassen, de ramen en je auto schoon te maken, om te koken en om te drinken. In de industrie wordt water gebruikt bij een groot aantal verschillende processen. Bij veel van deze bezigheden worden er stoffen in het water gebracht die daar van nature niet, of niet in die mate in thuis horen. Het water is door het te gebruiken vies geworden. De stoffen die het water vervuilen, kunnen schadelijk zijn voor het milieu en de gezondheid van mensen, dieren en planten. Daarom is het belangrijk om zelfs als het water niet weer gebruikt gaat worden, het schoon te maken alvorens het terug in de natuur kan worden gebracht. Het afvalwater ontdoen van ongewenste stoffen gebeurt in een RioolWaterZuiveringsInstallatie (RWZI). Alvorens het water daar terecht komt, moet het eerst ingezameld en getransporteerd worden. Dit is precies wat een riool doet.
Het water dat je thuis gebruikt in de keuken, badkamer of toilet wordt via (kunststof)buizen afgevoerd naar een centrale rioolbuis, van waar het op het riool terecht komt. Het riool bestaat uit kunststof of betonnen buizen die het water naar de RWZI transporteren.
Het riool wordt echter niet alleen gebruikt om afvalwater te transporteren. Ook overtollig regenwater wordt via het riool afgevoerd. De neerslag wordt dan ook tot het afvalwater gerekend, omdat men het af wil voeren. De neerslag kan samen met het verontreinigde drinkwater afgevoerd worden (dit wordt een gemengd rioolstelsel genoemd) of apart (gescheiden rioolstelsel) en er zijn nog verschillende tussenvormen.



